Van scooter rijden naar motor rijden

De overstap van scooter naar motor rijden is een spannende stap die gepaard gaat met enkele belangrijke veranderingen en vereisten. Hier is een overzicht van wat je moet weten:

Scooter (AM Rijbewijs)

Om een scooter te mogen rijden, moet je minimaal 16 jaar oud zijn en in het bezit zijn van een AM-rijbewijs. Met dit rijbewijs mag je scooters en bromfietsen besturen met een maximale snelheid van 45 km/u. Het AM-rijbewijs kun je behalen door een theorie-examen af te leggen, gevolgd door praktijklessen en een praktijkexamen. Wil je snel en gemakkelijk je scooterrijbewijs halen? Bij TurboScooby kun je in 1 dag je scooterrijbewijs halen. 

Motor (A1, A2, A Rijbewijs)

Er zijn verschillende categorieën motorrijbewijzen, afhankelijk van je leeftijd en het vermogen van de motor die je wilt besturen:

  • A1 Rijbewijs: Dit rijbewijs is beschikbaar vanaf 17 jaar en stelt je in staat om lichte motorfietsen te besturen met een maximale cilinderinhoud van 125cc en een vermogen van maximaal 11 kW.
  • A2 Rijbewijs: Voor middelzware motorfietsen met een maximaal vermogen van 35 kW kun je vanaf 20 jaar een A2-rijbewijs halen.
  • A Rijbewijs: Dit rijbewijs is voor zware motorfietsen zonder vermogensbeperking. Je kunt dit rijbewijs direct halen vanaf 24 jaar, of vanaf 21 jaar als je al een A2-rijbewijs hebt en een aanvullende praktijktoets doet.

Stappen naar motor rijden

  1. Theorie-examen
  1. Theorie-examen
    Voordat je de weg op mag met een motor, moet je eerst slagen voor het theorie-examen. Dit examen test je kennis van de verkeersregels en specifieke regelgeving voor motorfietsen. Een goede voorbereiding is essentieel, en het wordt aangeraden om een theoriecursus te volgen of zelfstudie te doen met behulp van lesmateriaal en online oefenexamens.
  2. Praktijklessen
    Na het behalen van je theorie-examen kun je beginnen met de praktijklessen. Deze lessen zijn verdeeld in twee onderdelen:
    – Voertuigbeheersing (AVB): Tijdens deze lessen leer je de technische vaardigheden die nodig zijn om een motor veilig te besturen. Dit omvat oefeningen zoals slalommen, langzaam rijden, en noodstops maken.
    – Verkeersdeelneming (AVD): In dit deel van de opleiding richt je je op het veilig deelnemen aan het verkeer. Je leert hoe je verschillende verkeerssituaties moet aanpakken en hoe je defensief kunt rijden.
  3. Praktijkexamens
    Om je motorrijbewijs te behalen, moet je beide praktijkexamens succesvol afronden. Het AVB-examen test je voertuigbeheersing, terwijl het AVD-examen je vaardigheden in het verkeer beoordeelt. Na het slagen voor beide examens ontvang je je motorrijbewijs en mag je zelfstandig de weg op met je motor.

      Laat een reactie achter

      Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *